terça-feira, novembro 06, 2007

Judoka Dennis van der Geest rekent af met knokmentaliteit

Judoka Dennis van der Geest rekent af met knokmentaliteit
06 Novembro 2007 / Sara de Sloover en Mariken Smit
Voormalig wereldkampioen judo Dennis van der Geest (32) publiceert deze week zijn boek 'Los', een titel die staat voor de ideale mentale staat tijdens een wedstrijd maar ook voor de strijd die hij voerde om los te komen van zijn vader en coach Cor van der Geest.
Je hebt tijdens je judocarrière een hele strijd gevoerd met je vader, die ook je coach is.
‘Inderdaad. Cor heeft op een hele andere manier zijn doelen bereikt dan ik. Wij zijn qua persoonlijkheid op veel vlakken hetzelfde, maar ik denk ook dat negen op de tien mannen tussen de twintig en dertig wel eens een goeie clash hebben met hun pa. Eerst is het je vader, de sterkste en liefste papa ter wereld, en op een gegeven moment kom je er toch ook achter dat hij eigenlijk af en toe ook maar een boerenlul is. Dat is iets universeels, alleen was het bij ons nog veel heftiger omdat onze band zo close was.'
Wat was zijn reactie dan?
‘Heel vaak is hij het met dingen niet eens geweest ‘Zijn manier van problemen oplossen is niet mijn manier. Alles in zijn leven heeft ie bereikt met knokken en vechten, omdat ie dat van jongsaf heeft moeten doen. Ik niet. Mijn ouders hadden een mooie sportschool opgebouwd, en we hadden het financieel niet slecht. Hij is geboren in 1945, was de jongste van een heel groot gezin, echt een beetje nakomertje. Er was gewoon geen tijd voor kleine Cor. Hij was op zich ook iemand met behoorlijk veel emoties, en misschien als klein jongetje ook een beetje een bangerd, die naar een internaat werd gestuurd. Wat hij is geworden, heeft hij allemaal bereikt door te knokken. Maar ja, dat is niet mijn manier.’
Wat is je belangrijkste boodschap in het boek?
'Dat je moet luisteren naar je eigen gevoelens en daarnaar moet handelen. Wat dus betekent dat je een half uur voor een grote finale best nog even een geintje kan maken met vrienden, als jouw gevoel dat aangeeft. Dat is een van de dingen die ik geleerd heb, en die haaks staan op wat de norm is in de sportwereld.'
Wat is die norm dan?
‘Je hoort altijd van: ze waren allemaal supergeconcentreerd, hadden van die strakke koppies. En dan zie je iemand anderhalf uur voor de wedstrijd langs de schaatsbaan met een koptelefoon op voor zich uit zitten staren. Het gebeurt vaak dat mensen angst voelen, maar tegen dat gevoel gaan knokken, terwijl je dat net moet delen met mensen die achter je staan.En op het moment dat je dat gevoel dan naar buiten gooit, ben je het eigenlijk al kwijt.’
Is dat in de sport taboe, toegeven dat je zenuwachtig bent?
‘Ja. In de tien jaar dat ik nu op het hoogste niveau aan het judoën ben, heb ik, omdat ik dat altijd openlijk besprak, een hele hoop interviews gedaan waarin het alleen maar ging over faalangst. Terwijl ik altijd het gevoel had dat ik echt niet anders was dan andere sporters. Alleen omdat ik het bespreekbaar maakte, was ik een twijfelaar. Als ik zei dat ik bang was om te gaan knokken tegen een Georgiër van 150 kilo werd dat als raar gezien. Terwijl ‘bang’ een hartstikke mooie emotie is, die je heel goed kan gebruiken.
Zou je het leuk vinden als je zoons gaan judoën?
‘Sowieso gaan ze judoën, omdat ik judo een pedagogisch zeer geschikt spelletje vind voor kinderen. Het sociale karakter, respect voor elkaar en de leraar. En bijvoorbeeld van valbreken heb je je hele leven nog profijt. Wedstrijdjudoën, dat moeten ze maar zelf beslissen.’
Zou je ooit zelf je zoons coachen?
‘Ik denk het niet. Cor zegt wel eens gekscherend tegen me: wacht maar jongen, tot die zoons van jou gaan judoën. Dan zeg ik tegen hem: ik hoop dat ik nooit in jouw situatie beland. Niets wat mijn vader richting mij en mijn broer heeft gedaan, is ooit met slechte bedoelingen gebeurd. Maar Het zijn je kids, en die staan op die mat, en zelf ben je daar dan heel dicht bij betrokken. Dus als zij pijn hebben, voel je dat zelf ook. Als de vinger van mijn zoon tussen de deur zit, heb ik daar meer pijn van dan hij, denk ik soms wel eens. En dat moet het dus bij Cor ook gedaan hebben. Natuurlijk hebben we samen veel kunnen vieren, maar we hebben ook enorme tegenslagen gehad.
‘Ik heb een WK-finale verloren in 2003. In Japan, tegen een Japanner, met 15 duizend man in het stadion, en ik was gewoon de beste. Ik stond voor, tot twintig seconden voor tijd, en toen werd ik gewoon genaaid. Ik kan het nu allemaal wel relativeren, maar op dat moment is dat even het allerbelangrijkste wat er op de wereld gebeurt. Dat was míjn finale, waarin ik al mijn tijd en energie had gestoken. Als ik achteraf beelden van mijn vader zag, is dat niet alleen een teleurgestelde coach, maar ook een vader die het bijna niet aan kan zien dat zijn zoon zoveel pijn heeft.’
FONTE: Volkskrantbanen.nl/ - Netherlands

Nenhum comentário:

Postar um comentário